Gezag is geen machtsmiddel: proceskostenveroordelingen anno 2026
“Onlangs veroordeelde de rechtbank de wederpartij in de proceskosten.
In een pijnlijke familierechtzaak was dit voor mijn cliënt een schrale troost.”
Een procedure bij de rechtbank kent ook een financieel plaatje; de proceskosten kunnen hoog oplopen. Denk daarbij aan het griffierecht van de rechtbank, de deurwaarderskosten en advocaatkosten. In zaken zonder familierechtelijk karakter betaalt de verliezende partij de proceskosten van de winnende partij. In het familierecht worden de proceskosten normaal gesproken gecompenseerd tussen de bijvoorbeeld ex-echtgenoten. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen proceskosten moet betalen.
Alleen bij hoge uitzondering wordt een partij veroordeeld in de proceskosten van de ander in het familierecht. Dat de rechter hier zo terughoudend mee omgaat, heeft meerdere redenen. Zo gaat het in het familierecht over fundamentele persoonlijke belangen, zoals kinderen, huisvesting, een eigen onderneming en het betalen van alimentatie. Een proceskostenveroordeling zou iemand kunnen afschrikken om een kwestie aan een rechter voor te leggen. Daarbij is in het familierecht vaak geen sprake van een ‘winnaar’ of een ‘verliezer’. Bovendien kan een proceskostenveroordeling de onderlinge verhoudingen (verder) verharden, terwijl de partijen vaak nog jarenlang aan elkaar zijn verbonden. Denk maar aan ouders met jonge kinderen. Onlangs veroordeelde de rechtbank de wederpartij in de proceskosten. In een pijnlijke familierechtzaak was dit voor mijn cliënt dan ook een schrale troost.
Toch lijkt de houding van familierechters ten aanzien van proceskostenveroordelingen te zijn veranderd in het afgelopen jaar, met name wanneer vervangende toestemming voor een vakantie wordt verzocht. Wanneer een ouder met een kind naar het buitenland wil gaan, dan heeft die ouder toestemming nodig van de andere ouder met gezag. Ontbreekt deze toestemming, dan kan de reizende ouder zich wenden tot de rechtbank en vervangende toestemming voor die reis verzoeken. Het afgelopen jaar heeft dat meerdere keren tot een proceskostenveroordeling geleid voor de weigerachtige ouder.
Op 25 februari 2025 oordeelde de rechtbank Midden-Nederland dat een ouder misbruik had gemaakt van zijn bevoegdheden als gezaghebbende ouder. Deze ouder zag het kind slechts 1,5 uur per week onder begeleiding van hulpverlening. Door geen toestemming te geven voor de vakantie probeerde deze ouder grip te krijgen op de situatie. De rechter overwoog: “Hoewel de voorzieningenrechter zich de machteloosheid en pijn kan voorstellen van een ouder een kind maar beperkt ziet, is dat geen rechtens te respecteren reden de andere ouder geen toestemming te geven met de kinderen op vakantie te gaan. Door zo te handelen, heeft [gedaagde] haar gezag gebruikt om iets anders te bereiken. Daar is gezag niet voor bedoeld.” De rechter veroordeelde de weigerende ouder in de proceskosten van de reizende ouder.
De rechtbank Den Haag oordeelde op 24 april 2025 hetzelfde: “De vader heeft per e-mail en op de zitting aangegeven dat zijn weigering om toestemming te geven is ingegeven vanuit frustratie over het uitblijven van afspraken over de financiële afwikkeling van het huwelijk en over het feit dat de moeder niet zou meebetalen aan bepaalde kosten. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat de vader – overigens net als de moeder – gefrustreerd is, is dit geen rechtens te respecteren reden om de moeder geen toestemming te geven om met de kinderen op familiebezoek naar Engeland te gaan.”
Daar waar de rechtbank Midden-Nederland en de rechtbank Den Haag de ouder verwijten niet in het belang van de kinderen te handelen, doet de rechtbank Gelderland daar nog een schepje bovenop in de beschikking van 6 juni 2025. Laatstgenoemde rechtbank wees de weigerende ouder ook op de belasting van de rechtspraak: “Deze gang van zaken is niet alleen een onnodige belasting voor de moeder, die een advocaat in de arm heeft moeten nemen en daarmee wel op de mondelinge behandeling is verschenen, maar ook voor de rechtspraak die hier de nodige tijd en zittingscapaciteit aan kwijt is.”
Uit deze uitspraken volgt aldus dat rechtbanken (steeds meer) korte metten maken met een weigerachtige houding van een ouder ten aanzien van vakanties door die ouder in de proceskosten van de andere ouder te veroordelen. De boodschap is duidelijk: houd frustraties en discussies over geld op ouderniveau en gun de kinderen hun vakantie. Misschien is dat wel de beste ‘proceskostenbesparing’ voor het jaar 2026.