{"id":4244,"date":"2026-04-29T11:36:40","date_gmt":"2026-04-29T09:36:40","guid":{"rendered":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/?p=4244"},"modified":"2026-04-29T11:36:40","modified_gmt":"2026-04-29T09:36:40","slug":"rentecompensatie-bij-woningovername","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/actualiteiten\/rentecompensatie-bij-woningovername\/","title":{"rendered":"Rentecompensatie bij woningovername"},"content":{"rendered":"<p><strong>Rentecompensatie bij woningovername<\/strong><br \/>\nBij een echtscheiding, de ontbinding van een geregistreerd partnerschap of het einde van een informele samenleving speelt steeds vaker de vraag of een vergoeding moet worden betaald wanneer \u00e9\u00e9n van de partners de gezamenlijke woning overneemt, inclusief een hypotheek met gunstige rentevoorwaarden. Die vraag is begrijpelijk in het licht van de renteontwikkeling: waar de hypotheekrente in 2021 gemiddeld rond de 1,05% lag, bedraagt deze in 2026 circa 3,82%. Dat verschil kan over de looptijd van een lening een aanzienlijk financieel voordeel opleveren.<br \/>\nOok in de rechtspraak krijgt dit vraagstuk steeds meer aandacht.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><strong>Is er een juridische grondslag voor een vergoeding?<\/strong><br \/>\nDe eerste vraag die moet worden beantwoord, is of er een rechtsgrond bestaat om een dergelijke vergoeding te vorderen. Een lage hypotheekrente wordt in beginsel niet aangemerkt als een zelfstandig vermogensrecht dat voor verdeling in aanmerking komt, maar als een gunstige voorwaarde die is gekoppeld aan de hypothecaire geldlening.<\/p>\n<p>In procedures wordt voor compensatie van de gunstige rente vaak aansluiting gezocht bij leerstukken zoals de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 BW) en ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW). Bij ongerechtvaardigde verrijking is vereist dat de ene partner wordt verrijkt, terwijl de andere partner daardoor verarmt \u00e9n dat deze vermogensverschuiving ongerechtvaardigd is.<\/p>\n<p>In de praktijk blijkt met name het element van verarming lastig aan te tonen. Zo is het bijvoorbeeld nog maar de vraag of er sprake is van verarming indien de vertrekkende partner de woning en de bijbehorende hypotheek \u00fcberhaupt niet had kunnen overnemen. Hetzelfde geldt wanneer geen gebruik kan worden gemaakt van een verhuis- of meeneemregeling, waarbij een bestaande hypotheek met gunstige rente kan worden voortgezet bij aankoop van een nieuwe woning. Daarnaast is het gestelde nadeel vaak toekomstig en onzeker, wat het lastig maakt om dit concreet te onderbouwen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><strong>De waardering van het rentevoordeel<\/strong><br \/>\nAls al wordt aangenomen dat een vergoeding op zijn plaats is, rijst de vraag hoe deze moet worden berekend. Daarbij spelen verschillende factoren een rol, waaronder:<br \/>\n\u2022 de omvang van het renteverschil;<br \/>\n\u2022 de resterende rentevaste periode;<br \/>\n\u2022 de vraag of, en zo ja wanneer, daadwerkelijk nadeel ontstaat;<br \/>\n\u2022 de mate waarin dit nadeel concreet en inzichtelijk kan worden onderbouwd.<\/p>\n<p>Daarnaast zijn ook praktische omstandigheden relevant, zoals de aanwezigheid van een meeneemregeling en de financi\u00eble draagkracht van de partner die de woning overneemt. Deze factoren kunnen zowel van invloed zijn op het bestaan van een voordeel als op de redelijkheid van een eventuele vergoeding.<\/p>\n<p><strong>Rechtspraak: uiteenlopende uitkomsten<\/strong><br \/>\nDe jurisprudentie op dit punt is casu\u00efstisch en laat geen eenduidige lijn zien. In de rechtspraak zijn grofweg drie lijnen te onderscheiden: (i) zaken waarin de vergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende concreet nadeel, (ii) zaken waarin de vordering (nog) prematuur wordt geacht, en (iii) zaken waarin \u2013 bij voldoende onderbouwing \u2013 (gedeeltelijke) vergoeding wordt toegekend.<br \/>\nOnderstaand worden enkele recente uitspraken genoemd die deze lijnen in de rechtspraak illustreren.<\/p>\n<p><em>Rechtbank Rotterdam 23 april 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:4133)<\/em><\/p>\n<p>In deze zaak werd het verzoek tot vergoeding afgewezen. De man stelde dat hij financieel nadeel leed doordat de vrouw de gunstige hypotheekvoorwaarden behield. De rechtbank oordeelde echter dat dit nadeel onvoldoende concreet was. Daarbij woog mee dat de man de woning zelf niet kon overnemen, nog geen nieuwe woning op het oog had en niet kon onderbouwen tegen welke voorwaarden hij een nieuwe hypotheek zou afsluiten.<\/p>\n<p><em>Rechtbank Den Haag 23 oktober 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:19845)<\/em><\/p>\n<p>De rechtbank verklaarde de man niet-ontvankelijk, omdat nog niet vaststond of en in welke mate hij daadwerkelijk nadeel zou lijden. Wel liet de rechtbank expliciet de mogelijkheid open om op een later moment wanneer meer duidelijkheid bestaat, alsnog een vordering aan de rechter voor te leggen.<\/p>\n<p><em>Rechtbank Den Haag 19 februari 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:16893)<\/em><\/p>\n<p>In deze zaak werd w\u00e9l een vergoeding toegekend. De rechtbank oordeelde dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat de vrouw volledig profiteerde van de lage rente, terwijl de man dat voordeel geheel verloor. Van belang was dat de man had verzocht om verkoop aan een derde, waardoor hij gebruik had kunnen maken van een meeneemregeling. Daarnaast had hij zijn nadeel concreet onderbouwd met een berekening van een hypotheekadviseur en was het aannemelijk dat hij een nieuwe woning zou kopen. De rechtbank kende een gedeeltelijke vergoeding toe, waarbij onder meer rekening werd gehouden met belastingvoordelen en het moment waarop het rentevoordeel aan de zijde van de vrouw, zich daadwerkelijk zou realiseren.<\/p>\n<p><em>Gerechtshof Den Haag 23 juli 2025 (ECLI:NL:GHDHA:2025:1853)<\/em><\/p>\n<p>Het hof oordeelde dat sprake kan zijn van ongerechtvaardigde verrijking wanneer \u00e9\u00e9n partner het volledige rentevoordeel behoudt. Tegelijkertijd benadrukte het hof dat op grond van artikel 6:212 BW slechts een redelijke vergoeding verschuldigd is. Omdat het nadeel niet exact kon worden vastgesteld, werd een gedeeltelijke compensatie toegekend op basis van een redelijke schatting. Daarbij werd ook de financi\u00eble positie van partijen meegewogen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><strong>Conclusion<\/strong><br \/>\nUit recente rechtspraak volgt dat geen vaste lijn bestaat bij de vraag of een vergoeding voor een gunstige hypotheekrente moet worden toegekend. De uitkomst is sterk afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval, waarbij met name het bestaan van concreet en aantoonbaar financieel nadeel doorslaggevend is.<br \/>\nDaarnaast blijkt dat een toegekende vergoeding doorgaans niet het volledige gestelde nadeel dekt. Rechters zoeken veelal naar een redelijke balans tussen de belangen van partijen, waarbij ook onzekerheden en toekomstige ontwikkelingen worden meegewogen.<\/p>\n<p>Kortom: rentecompensatie is mogelijk, maar zeker niet vanzelfsprekend. Degene die daarop aanspraak wil maken, doet er verstandig aan het gestelde nadeel zo concreet en inzichtelijk mogelijk te onderbouwen.<\/p>\n<p>Heeft u vragen over rentecompensatie of de afwikkeling van de gezamenlijke woning? Neem dan gerust contact met ons op.<\/p>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Rentecompensatie bij woningovername Bij een echtscheiding, de ontbinding van een geregistreerd partnerschap of het einde van een informele samenleving speelt steeds vaker de vraag of een vergoeding moet worden betaald wanneer \u00e9\u00e9n van de partners de gezamenlijke woning overneemt, inclusief een hypotheek met gunstige rentevoorwaarden. Die vraag is begrijpelijk in het licht van de renteontwikkeling: [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":4197,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-4244","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-ongecategoriseerd"],"acf":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4244","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=4244"}],"version-history":[{"count":7,"href":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4244\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":4251,"href":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4244\/revisions\/4251"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/4197"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=4244"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=4244"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/deboorderadvocaten.com\/en\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=4244"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}